De tumoren die uitgaan van ruggenmergsvlies en van zenuwwortels vormen de zogenaamde
extrinsieke ruggenmergtumoren, waarbij het gezwel buiten het ruggenmerg ligt. De extrinsieke ruggenmergtumoren komen ongeveer 8 keer zoveel voor als de intrinsieke gezwellen.
![]() |
| Figuur hierboven: anatomie van wervel en ruggenmerg. De durale zak (eigenlijk koker) is opengeknipt zodat de achterkant van het ruggenmerg is te zien met de uittredende wortels en de zijdelingse bindweefselbandjes die het ruggenmerg aan de zijkant
vasthouden. Op elk niveau treden links en rechts een voor- en een achterwortel uit het ruggenmerg, die zich een eindje verderop verenigen tot de gehele wortel. De voorwortel treedt schuin voor uit en bevat motorische zenuwvezels, de achterwortel treedt schuin achter uit en bevat gevoelsvezels. Op de tekening is de linker achterwortel doorgesneden om de voorwortel duidelijker te laten zien. De ruimte tussen ruggenmerg en durale zak is normaal gevuld met liquor. Midden op de doorsnede van het ruggenmerg is de doorsnede van het centrale kanaal te zien, dat te vergelijken is met de kamers in de grote hersenen. Links zijn sterke vergrotingen van gebieden in het ruggenmerg. M is een vergroting van het middengebied, dat vooral zenuwcellen bevat naast gliacellen; hier ziet men een gliacel, in dit geval een stercel (astrocyt) met zijn uitlopers een capillair bloedvat omarmen. R is een vergroting van een randgebied dat vooral de zenuwvezels van de lange zenuwbanen bevat, naast een enkele gliacel, in dit geval een oligodendrocyt. C is een vergroting van de wand van het centrale kanaal dat bekleed wordt door ependymcellen die gekenmerkt worden door het bezit van vermicelliachtige zweepdraden. |
![]() |
| Figuur hierboven: Schematische voorstelling van ruggenmergtumoren. Voor het overzicht is er maar een wervel getekend met in het wervelkanaal de dura met ruggenmerg en tumor. Om tumoren binnen de dura te laten zien is de dura overlangs geopend. Links: extradurale (d.w.z. buiten de dura gelegen) manchet van tumor, die bijna altijd een uitbreiding is van een wervelmetastase, dat is een uitzaaiing in de wervel van een elders gelegen tumor (zoals van prostaat, borst, maag of long). Midden: intradurale maar extramedullaire tumor, d.w.z. binnen de dura maar buiten het ruggenmerg gelegen tumor, meestal een meningeoom of een neurinoom (ook extrinsieke ruggenmergstumor genoemd). Rechts: (intradurale) intramedullaire tumor, een tumor die binnen het ruggenmerg (dus uiteraard binnen de dura) is gelegen (ook intrinsieke ruggenmergstumor genoemd). Hierdoor is het ruggenmerg gezwollen; de tumor is gewoonlijk een van de glioomtypen (astrocytoom of ependymoom). |
Het ruggenmerg is door middel van zijdelingse bindweefselbandjes als het ware opgehangen in een omhulsel van hersenvlies (of beter: ruggenmergvlies [dit ruggenmergvlies is een voortzetting van het rondom de hersenen gelegen hersenvlies]). Net zoals de hersenen is ook het ruggenmerg omgeven door een ruime hoeveelheid vocht, dit staat ook met elkaar in verbinding. Dit vocht wordt op zijn plaats gehouden door een omhulsel van het harde hersenvlies (de dura mater, wat het buitenste hersenvlies is). Doordat het ruggenmerg is opgehangen in deze zak met vocht, is het beter bestand tegen schokken en stoten. Bovendien speelt het vocht een rol bij het transport van voedingsstoffen naar het ruggenmerg, en bij de afvoer van afvalstoffen (zie Figuur). Rechts: Schematische tekening van de uitzaaiing
(metastasering) van een kwaadaardige tumor in de linker onderarm,
bijvoorbeeld een melanoom. Vanuit deze primaire tumor gaan tumorcellen
binnendringen in de aders die het bloed van de onderarm afvoeren, maar
vooral ook in de lymfvaten, die het weefselvocht van de onderarm
afvoeren. Lymfklieren in het lymfvaatstelsel kunnen de tumorcellen een
tijdlang tegenhouden, maar als de laatste lymfklierstations bij de
oksel zijn gepasseerd, kunnen de tumorcellen via de uitmonding van het
lymfvaatstelsel in de ader van de linker arm het bloed binnenkomen. De
tumorcellen gaan dan met het bloed van de aders naar het rechter hart,
en van hier via de longslagader naar de longen. In de longen kunnen de
tumorcellen vastraken in het haarvatennetwerk, waarmee in de longen
zuurstof in het bloed wordt opgenomen. Deze vastgeraakte tumorcellen
kunnen het begin zijn van longmetastasen. Tumorcellen die het
haarvatennet van de longen passeren, komen via de longader (met rood
zuurstofrijk bloed) in het linker hart, vanwaar ze via de
lichaamsslagader (aorta) verder het gehele lichaam kunnen bereiken,
bijvoorbeeld via de halsslagader naar de hersenen, waar ze in het
haarvatennet van de hersenen tot hersenmetastasen aanleiding kunnen
geven. Ook kunnen ze via de takjes van de aorta die de wervels
verzorgen, tot wervelmetastasen leiden.
Rechts: voorbeeld van een neurinoom dat in dit geval onder
in het wervelkanaal ligt, ter hoogte van de vierde lendenwervel (L4).
Hier bevindt zich geen ruggenmerg meer, daar dit niet verder reikt dan
de eerste 1e lendenwervel, maar alleen nog de bundel vezels of
paardenstaart (cauda equina). Rechts: Ook hier een afbeelding van het ruggenmerg op
halswervelniveau. De pijl wijst naar een witte vlek, een gebied van
afwijkend signaal op de MRI. Dit is een laaggradig astrocytoom. Hoewel
de MRI duidelijke afwijkingen vertoont, is met het blote oog of zelfs
onder een operatiemicroscoop meestal geen verschil tussen dit gebied
en het gezonde ruggenmerg te zien.
De tumoren van de wervelkolom en het ruggenmerg
Zoals al gezegd zijn er verschillende soorten ruggenmergtumoren. Om wat voor een soort tumor het in elk specifieke geval gaat kan alleen worden bepaald door tumorweefsel
te verwijderen en onder de microscoop te onderzoeken. Dat is alleen mogelijk als er door middel van een operatie tumorweefsel is verwijderd. In veel gevallen kan echter met b.v. MRI al wel een vermoeden bestaan van het soort tumor waar het om gaat. Wanneer een uitzaaiing in het spel is is mogelijk al de z.g. primaire tumor bekend. De belangrijkste tumoren zijn:

Links: De MRI afbeelding
toont een
overlangse doorsnede door de borstwervelkolom. De pijl wijst naar een
aangetaste wervel. Achter de wervels loopt het ruggenmerg (de grijze
band), met daaromheen het hersenvocht (liquor, wit). Op het niveau van
de aangetaste wervel is te zien hoe druk op het ruggenmerg wordt
uitgeoefend doorat de wervel wat is ingezakt.




Figuur boven: MRI doorsnede in drie
richtingen van een zeer groot neurinoom dat groeit vanuit de linker
zenuwwortel die uittreedt tussen de eerste en tweede nekwervel.. De
tumor groeit aan de voorzijde langs het ruggenmerg en verdringt het
ruggenmerg (rm) naar links en naar achteren.

Links: voorbeeld van een sterk
verkalkt en daardoor op de MRI zwart afgebeeld meningeoom (*). De
tumor ligt ter hoogte van de derde halswervel en veroorzaakt een zeer
forse insnoering van het ruggemerg, dat als een grijze band in de
witte liquor goed te herkennen is.


Links: Afbeelding van een MRI van
het ruggenmerg op halswervelniveau. Bij het sterretje is er een
verdikking te zien die berust op een astrocytoom. De tumor is niet
goed van zijn omgeving te onderscheiden.

Omdat ruggenmergtumoren op elke plaats in het ruggenmerg kunnen voorkomen kunnen de verschijnselen erg verschillen. Er is geen typerende combinatie van klachten en verschijnselen te onderscheiden, zodat de diagnose "ruggenmergtumor" soms niet eenvoudig is te stellen. Beknelling van het ruggenmerg hoog in de halswervelkolom kan bijvoorbeeld leiden tot verlamming van de armen en benen, terwijl een tumor die zich lager in het wervelkanaal bevindt (bijvoorbeeld laag in de borstwervelkolom) wel tot verlamming van de benen kan leiden, maar niet van de armen. Wanneer niets aan de tumor wordt gedaan, zal dit in de meeste gevallen op den duur tot een totale verlamming leiden van de spieren die zich onder het ruggenmergsegment van de tumor bevinden, en tot totale gevoelloosheid van dezelfde lichaamsdelen (dit noemt men een dwarslaesie). Wervel tumoren (zowel de kwaadaardige uitzaaiingen als de goedaardige werveltumoren) gaan vaak gepaard met (heftige) (rug)pijn, vaak ter plaatse van de wervel waarin het tumorweefsel groeit. Meestal is rugpijn, wat erg veel voorkomt, echter niet het gevolg van een tumor.
Aan de hand van de MRI-scan kan vaak al worden vastgesteld of men te maken heeft met een werveltumor, een intrinsieke tumor (d.w.z. een tumor die in het ruggenmerg zelf groeit) of een extrinsieke tumor (die buiten het ruggenmerg is ontstaan, maar die wel tot verdringing/beknelling van het ruggenmerg heeft geleid). De precieze aard van de tumor kan pas worden vastgesteld als er tumorweefsel is verwijderd. Dat wordt dan door de patholoog onder de microscoop onderzocht, waarna in de meeste gevallen de werkelijke diagnose kan worden gesteld. Om zover te komen moet altijd eerst worden geopereerd.
In andere gevallen zal een grotere operatie (onder narcose) nodig zijn als de tumor op zichzelf aanleiding gegeven heeft tot beknelling van zenuwweefsel. Dan moet er tumorweefsel worden verwijderd om aldus de zenuwstructuren weer voldoende ruimte te geven. Soms is het daarbij nodig dat hele reconstructies van een deel van de wervelkolom moeten worden verricht. Wervels kunnen in bepaalde gevallen "radicaal"(dat wil zeggen in het geheel, met
meenemen van alle tumorcellen) worden verwijderd. Het defect dat hierdoor in de wervelkolom ontstaat moet dan worden vervangen door ander materiaal (bijvoorbeeld donor-bot, botcement, een stuk bot elders uit het lichaam van dezelfde patiënt, een metalen wervelprothese, etc.). Dit zijn grote operaties, die slechts in speciale gevallen worden uitgevoerd, en waar vaak verschillende specialismen gelijktijdig (neurochirurg, orthopeed, thoraxchirurg, algemeen chirurg) bij betrokken zijn.
De meeste werveltumoren betreffen echter uitzaaiingen van een bij patiënt en dokter reeds bekende kwaadaardige tumor. De behandeling van dergelijke tumoren bestaat meestal alleen uit bestraling, en dat gebeurt door een radiotherapeut.
Operatie van een extrinsieke ruggenmergtumor gebeurt altijd onder narcose Daarbij hoeft het ruggenmerg niet open gemaakt te worden, immers de tumor ligt buiten het ruggenmerg. Soms is echter toch manipulatie aan het ruggenmerg zelf nodig, bijvoorbeeld indien de tumor daaraan vastgegroeid is, of als een deel van de tumor aan de voorkant van het ruggenmerg ligt. De verwijdering van extrinsieke ruggenmergtumoren gebeurt meestal met behulp van de operatiemicroscoop. Bij tumoren die uitgaan van een zenuwwortel moet vaak de zenuwwortel tezamen met de tumor worden verwijderd. Meestal heeft dat echter geen consequenties voor de patiënt, omdat door de tumorgroei de functie van dat deel van de zenuwwortel in de loop van de tijd van tumorgroei al geleidelijk aan verloren is gegaan. Wanneer sprake is van een tumor die uitgaat van het vlies van de durale zak is het soms noodzakelijk om dat deel van het vlies samen met de tumor te verwijderen. Het defect dat daardoor ontstaat moet dan tijdens dezelfde operatie worden gerepareerd met een stukje kunststof of speciaal geprepareerd menselijk of dierlijk donorweefsel.
Operatie van een intrinsieke ruggenmergtumor gebeurt altijd onder narcose, en meestal ligt de patiënt daarbij op de buik. In bepaalde gevallen kan de operatie ook worden uitgevoerd met de patiënt in zittende positie (bijvoorbeeld als de tumor in het halswervelkanaal zit). De keuze hangt af van de persoonlijke voorkeuren van de neurochirurg en de
anesthesist. Bij de operatie moet eerst de wervelkolom over het gebied waar de tumor zich bevindt worden vrijgelegd door het beiderzijds naar opzij schuiven van de rugspieren. Daarna moeten de doornuitsteeksels en de wervelbogen worden verwijderd, waardoor de durale zak zichtbaar wordt. Pas als het vlies waaruit de durale zak is opgebouwd overlangs is opengemaakt wordt het ruggenmerg zichtbaar. Vervolgens zal in het geval van een intrinsieke ruggenmergtumor ook het ruggenmerg moeten worden geopend. Dit deel van de operatie gebeurt onder optische vergroting waarbij gebruik wordt gemaakt van een operatiemicroscoop en speciale operatie instrumenten (micro-instrumentarium). Het openen van het ruggenmerg geeft vaak na de operatie milde (doch vaak blijvende) gevoelsstoornissen bij de patiënt. Dit is echter mede afhankelijk van de plaats (bijvoorbeeld ter hoogte van de halswervelkolom of de borstwervelkolom) waar die overlangse opening in het ruggenmerg gemaakt moet worden. Voor het verwijderen van een intrinsieke ruggenmergtumor kan het nodig zijn om gebruik te maken van speciale Laser apparatuur en speciale zuigapparatuur, respectievelijk om de tumor te verdampen of om de tumor met een Ultrasonore tril/zuigbuis los te trillen en weg te zuigen. Uiteraard moet er tevoren dan wel voldoende tumorweefsel zijn verwijderd voor de patholoog om hem in staat te stellen een weefseldiagnose te maken. Intrinsieke ruggenmergtumoren kunnen lang niet altijd volledig verwijderd worden. Dat is het gevolg van het feit dat de tumorcellen diffuus tussen het zenuwweefsel doorgroeien. Verwijdering van al het tumorweefsel zou dan onherroepelijk tot een blijvende verlamming en/of gevoelstoornissen leiden. Ook als uiterst voorzichtig is geopereerd kunnen er na de operatie uitvalsverschijnselen van kracht en/of gevoel bestaan, in veel gevallen zijn die grotendeels van voorbijgaande aard.